Beeldbepalend 304
Utrecht Overvecht
Woensdag 2 april 2025
De Utrechtse wijk Overvecht is pas na de oorlog ontstaan in
een gebied dat tot 1954 aan Achttienhoven, Maartensdijk en Westbroek toebehoort
en vooral uit weiland bestaat. Pas in 1961 is begonnen met de bouw van de wijk met
vooral uit flats, die een welkome invulling betekenen voor de oplossing van het
woonruimteprobleem in Utrecht en omgeving. Door een opeenstapeling van
achterstallig onderhoud, jeugdcriminaliteit en druggebruik behoort Overvecht bij
de in 2007 ingestelde Vogelaarwijken. In 2011 is begonnen met een forse
renovatie en ook eind 2024 als ik het bezoek wordt er nog veel ver- en
opgebouwd.
Vanuit het treinstation Overvecht kom ik terecht in de Tannhäuserdreef waar op twee liftkokers een reliëf uit de Griekse mythologie is aangebracht. Op de linker koker is Artemis te zien. Zij is de godin van de jacht en de maan. Artemis is daarom afgebeeld met pijl en boog, met jachthonden en een groot hert, terwijl over dit alles de maan haar licht laat schijnen.
Het reliëf is gemaakt door Romualda Bogaerts-van Stolk (1921-2012) op de flat die in 1965 is gebouwd naar een ontwerp van architect Albert van Overhagen dat door bouw en vastgoedbedrijf Lisman is uitgewerkt.
In de Tweede Wereldoorlog protesteert de kunstenares tegen de maatregel dat Joden verplicht een ster moeten dragen door zelf ook een ster op te doen met daarop haar naam. Zij wordt daarvoor aangehouden en ter beschikking van de Duitse Sicherheitsdienst gesteld. Van haar hand zijn vooral diverse reliëfs te zien in ons land.
Het tweede reliëf iets verder in de straat is van Apollo, de tweelingbroer van Artemis. Hij is door Bogaerts afgebeeld als god van de muziek en de poëzie. De kunstenares heeft hem mede daarom een luit in de handen gegeven. De zon en de stieren maken het plaatje compleet.
In een plantsoen tussen de Oberondreef en de Suze Noiretdreef staat een beeld gemaakt door de Nederlandse beeldhouwer Jan Bronner. Bij Literatuurkenners gaat bij de vermelding van die tweede straatnaam al meteen een lichtje branden. Inderdaad, dat is de naam van een figuren uit de Camera Obscura van de schrijver Hildebrand oftewel Nicolaas Beets.
In afleveringen van andere plaatsen heb ik al beelden laten zien die behoren tot het door hem gemaakte Hildebrandmonument en waarvan elders ook kopieën zijn geplaats. Een van die figuren van dat monument is Grootmoeder Kegge. Deze altijd in het zwart geklede vrouw wordt meestal gevolgd door een hazewindhond en is een kleine maar toch statige verschijning, een beetje geheimzinnig en ook eenzaam. In 1965 is zij de naamgever van een hoofdstuk van een hoorspel van de Camera Obscura.
De kunstenares Nora Baetens is in 1952 geboren in Doetinchem en heeft eerst een opleiding gevolgd aan de Akademie voor beeldende vorming in Amersfoort en vervolgt haar studie op de Akademie St. Joost van Breda waar zij met keramiek aan de slag gaat. De natuur is haar grote inspiratiebron. ‘De natuur geeft je het gevoel deel uit te maken van een groter geheel.’ Bij buurtcentrum De Jager staat haar De Bramantes.
Dit beeld maakte Baetens in opdracht van de gemeente en staat aanvankelijk op een saaie binnenplaats die door haar met dansdames en plantmotieven is opgevrolijkt. ‘Vondsten gebruik ik heel intuïtief in mijn werk’, vertelt de kunstenares op haar site over haar werkwijze. ‘Soms maak ik er mallen van, een andere keer bewerk ik ze en dan komen ze vervormd terug in een beeld.’
Tussen de flats aan de Camera Obscurahof ligt een paadje met een groepje stenen. Het vormt een kunstwerk dat door David van de Kop in 1983 is gemaakt en geen titel heeft meegekregen. Deze kunstenaar is in 1937 in Den Haag geboren en in 1994 in Dreischor overleden. In 1989 laat hij zijn naam veranderen in Vandekop.
Van de Kop studeerde in Den Haag, Warschau, Den Bosch en Maastricht en werkte in zijn beginperiode als kunstenaar vooral met taal. In de jaren ’70 stapte hij over naar werken met klei. Eerder heb ik in Almere al kleurrijk werk van hem laten zien in tegenstelling tot deze groep. En dat heeft bovendien wel een naam meegekregen.
Hij was mijn oogappel
Belangstelling krijgt een andere betekenis
bij het lezen van haar verhaal. Opgetekend
en ieder scenario aan hem toegerekend
is verbonden aan de familiegeschiedenis.
Zij leest zijn brieven nog altijd keer op keer.
Geschreven met een prachtig handschrift
en die mijmering vertaald met geestdrift
Hij was een lieve jongen; niet waar mijnheer.
Haar beeld wat hoekig en met die hond
die weemoedig het hoofd laat rusten
in haar schoot. Voorzichtig kijkt zij rond,
streelt hem zachtjes over de kop. Berusten
zal zij en slaat haar bijbel dicht. De grond
zo vreemd, ver weg van haar bekende kusten.
Opa IJsbeer
Verantwoording
1. 1. Inleiding –
wikipedia
2. 2. Tannhäuserdreef
– ugtf.nl – wikipedia
3. 3. Tannhäuserdreef
– ugtf.nl – wikipedia
4. 4. Suze
Noiretdreef – wikipedia
5. 5. Van
Brammendreef – norabaetens.nl
6. 6. Camera
Obscuradreef – wikipedia
7. 7. Gedichtregel
– uit de Camera Obscura










Reacties
Een reactie posten